Haarlems Dagblad heeft in 1998 een verslag van de deelnemer die als allerlaatste eindigt bij de Trosloop (nu Halve van Haarlem):
Haarlem – In het begin is alles nog gemoedelijk. Bij het verlaten van Haarlem en bij binnenkomst in Overveen lopen de deelnemers van de TROS-loop nog dicht achter elkaar.
Voor de beklimming van het eerste heuveltje op het Visserspad, in de duinen tussen Overveen en Zandvoort, is al snel duidelijk dat de wil van hardlopers sterk is. Ten eerste willen ze lopen – ook al zijn ze niet goed getraind. En ten tweede peinzen ze er niet over te stoppen als ze eenmaal zijn begonnen.
Nummer 2360 strompelt en zwalkt. Hij is de een na laatste. 1584 is hem gepasseerd. Nummer 130 is nu de rode lantaarndrager. Ze zit de zwalkende loper op de hielen, voortgeduwd door de zwarte bezemwagen. Vlak voor 130 hem inhaalt, geeft hij op. 2360 Stopt na het eerste heuveltje. „Er zat nog wel wat drank van gisteravond in dat lichaam”, vermoedt de bestuurder.
Bij binnenkomst van Zandvoort ligt 1584 al bijna twee minuten voor op 130. Genoeg voor een praatje met een man langs het parkoers. „Die vent staat er elk jaar”, zal hij later zeggen. „Dus ik zei hem even gedag. Bij god als ik weet wie het is.”
De voorsprong van 1584 op 130 is bij het begin van de Zeeweg geslonken tot een paar meter. Om half drie gaat ze er langs. Maar tevreden is ze niet. Ze loopt onder haar schema. En over twee weken staat ze aan de start van de marathon van New York.
Ze hoopt de 42 kilometer te rennen binnen de vijf uur. Maar ze betwijfeld of het haar lukt. Ze vermoedt namelijk dat ze een paar kilo is aangekomen. Vandaar nu de tegenvallende tussentijden.
De 68-jarige hardloper met nummer 1584 voelt de bui inmiddels al hangen. Wordt-ie weer laatste. Dat was de laatste keren telkens het geval. Dertien jaar geleden liep hij de TROS-loop in twee uur, maar sindsdien glijden de tijden steeds verder af.
Nog voor de kilometer vijftien baalt hij al als een stekker. Hij heeft geen enkele trek in al die ’herrie’ die de laatste loper als ’morele ondersteuning’ krijgt bij aankomst op de Grote Markt. Sirenes van motoragenten, claxons en hysterisch pratende mannen met microfoons. Voor hem hoeft het niet. Als hij de Zijlweg oploopt, kan-ie horen dat nummer 130 wordt aangekondigd als de ’laatste loper van deze TROS-loop’.
Nummer 130; es even kijken, dat is mevrouw A. van Rossum. Geeft u haar een hard applaus, ze heeft het verdiend, gilt de microfoon. Allemaal te voorbarig, want 1584 komt nog. Meneer Van der Bruggen. Meneer Van der Bruggen is de laatste. Hij struikelt vlak voor de finish bijna over een fles sportdrank. Na twee uur, 32 minuten en 7 seconden is de TROS-loop voorbij.
„Ik dacht ik sneller was dan ooit”, zegt Carl Kolb (’Ik heet helemaal geen Van der Bruggen). „Maar ik was nog nooit zo langzaam.”
En die laatste plaats? Die zint hem allerminst. Al dat kabaal toen hij aankwam. Het hoeft allemaal niet voor de man de eindigde op plaats 1670. „Ik was dan ook liever een na laatste geworden.”
Nawoord redactie:
Carl was lid van de KennemerRunners.
In 2025 zou hij met zo’n tijd 5040-ste worden. Met nog 200 lopers die na hem finishen.
De foto is van een andere wedstrijd.

